| Print |
Geschreven door Wiel Claessen   

Dagje Zwemmen

Een warme dag in de vakantie. Snel worden de broodjes gesmeerd en de thermoskoffer gevuld met frisdrank en andere lekkernijen. Omdat het nog vroeg is, kun je rustig een plekje uitzoeken aan het water onder wat boompjes. De overtollige kleren uit en zonnen of zandkastelen bouwen. Spoedig loopt het strand vol. Je geniet van de zon en het water als je met je kinderen aan het spelen bent. “Wat is het leven mooi”, denk je bij jezelf.

Maar dan wordt je gemijmer verstoord: er wordt om EHBO geroepen. Verschrikt draai je je om en ziet op enige afstand een klein kind liggen, zojuist uit het water opgevist. Enige mensen in bijna paniektoestand er omheen. Terwijl je begint te hollen, zie je iemand die probeert om mond-op-mond-ademhaling toe te passen. Ondanks de afstand zie je dat de handeling niet goed wordt toegepast. De neus wordt niet goed gesloten. Paniek dreigt.
Iemand probeert de mensen op een afstand te houden, maar is zelf nog het meest “paniekerig”. Op dat moment kom je bij het slachtoffer en neemt het over. Je pakt het hoofd, past de kinlift toe en sluit tevens de neus. Meteen zie je het kinderborstje omhoog komen.
Gelukkig……, je voelt dat het hartje nog klopt en dat het kind zelf begint te ademen. De ogen die eerst open waren sluiten zich. De hartslag wordt steeds sterker en regelmatiger. Het kind begint te kreunen. Op dat ogenblik is dat de mooiste muziek die je ooit in je leven hebt gehoord.

De ouders van het kind zijn inmiddels door de mensenmenigte heen geworsteld. Wanhopig roept de moeder het kind zijn naam. De smart en wanhoop in de ogen van die moeder vergeet je niet vlug. Je bent verbaasd dat je eigen paniekgevoel weg is en je jezelf tegen de moeder hoort zeggen: “Mevrouw, uw kind leeft. Hij hoort u alleen niet omdat hij een beetje bewusteloos is. Kijk maar, hij ademt rustig”.
Zo gauw het kind zelf ademde, heb je hem in stabiele zijligging gebracht. Een hand ligt op de borstbuik om de ademhaling te controleren (zo voel je ook zijn hartje goed slaan) en de andere hand zorgt dat het hoofdje goed opzij blijft liggen. Hij braakt nog een paar keer. Water en voedselresten kunnen moeiteloos wegvloeien. Je praat rustig met de ouders. Enkele mensen komen nog wat aan het kind “plukken”. Je stuurt ze weg met de woorden: “Ik ben van de EHBO”. Aan het gekreun merk je dat het kind langzaam bij gaat komen. ’n Arm beweegt, gevolgd door een been. De gearriveerde politie houdt de mensen op een afstand. Het kind begint hard te huilen. In de verte hoor je de sirene van de ambulance. Wanneer de ambulance naast je stopt, opent het kind 1 of 2 seconden zijn ogen en kreunt.

Terwijl het kind op de brancard wordt gelegd, lees je de dankbare blik in de ogen van de moeder en als de ambulance wegrijdt en de mensenmenigte zich met sterke verhalen verspreidt, loop je leeg naar het water en wast het braaksel van je handen en het zweet van je gezicht. Als je even later met pijnlijke knieën weer in je stoel zit bij te komen, besef je pas waarom je zo rustig kon zijn.

Je hebt geleerd om te handelen.
Je wist wat je doen moest.

 

LAST_UPDATED2