| Print |

Schaatsongevallen, de EHBO op glad ijs

Auteur: drs. U.D. Schuurmans, arts-redacteur Nederlands Tijdschrift voor EHBO en Reddingwezen

Schaatsen behoort tot de zogenaamde (hoog-)risicosporten. Jaarlijks worden tegen de 4.000 ongevallen op de afdelingen Spoed Eisende Hulp/EHBO van algemene ziekenhuizen aangeboden. Een nog veel groter aantal wordt lokaal door EHBO-ers of huisartsen afgehandeld. In totaal gaat het jaarlijks om rond de 65.000 blessures. Een goede preventie en eerste hulp behandeling voorkomt het bederven van de ijspret.

Het personeel van de Spoed Eisende Hulp in het ziekenhuis weet dat ijspret voor veel extra ongevallen zorgt. Een leuk ijsbaantje van de wijk of buurvereniging achter je huis is al goed voor minimaal een keer per dag de ambulance te zien (en te horen) langskomen. Is schaatsen nu zo’n bijzonder gevaarlijke sport? Dat valt in de praktijk best me. De problemen zitten hem met name in ongeoefendheid, onvoorzichtigheid, te weinig preventie en te druk op de ijsbaan.

Wat voor letsels zijn er in het algemeen te verwachten? Verreweg de meeste schaatsongevallen worden veroorzaakt door een val, 91%, snijden aan de schaats circa vier procent. De rest komt op het conto van botsingen.

Valpartijen waarbij breuken en blessures optreden aan de hand, pols, arm en schouderregio vormen circa 57% van alle schaatsongevallen. Daarnaast snij-ongevallen, hersenschudding, letsels aan voet of been en diverse oppervlakkige letsels. Verdere zaken zoals bevriezing, onderkoeling en door het ijs zakken. Met name in de groep van tien tot veertienjarigen vallen veel slachtoffers, 34% van het totaal. Extra toezicht en instructie voor deze jeugdige schaatsers is dringend gewenst! Bij ijsshows en wedstrijden dient rekening gehouden te worden met valpartijen waarbij meerders personen betrokken zijn.

Pols en hand

Een gebroken pols is zo ongeveer het meest voorkomende schaatsletsel. Goed voor ruim twintig procent van alle op de Spoed Eisende Hulp aangeboden ongevallen. Behalve een echte breuk komen ook pijnlijke scheurtjes in het bot voor. De röntgenfoto moet uitsluitsel bieden wat er precies aan de hand is. Transport met ondersteunende mitella of de onderarm (zelf) vasthouden tegen het lichaam is geboden.

De oorzaak van het polsletsel is een val op de hand waarbij de grootste krachten overgaan op de samenstellende botdelen van de pols. Ook kunnen daarbij de middenhandsbeentje en vingers breken. Een dik opgezwollen blauw wordende hand dient altijd op eventuele breuken gecontroleerd te worden. Aanbieden aan een deskundige hulpverlener. Transport op geleide van de pijn, het stilhouden (fixeren) van de breuk en geruststelling van het slachtoffer. Open botbreuken met een schoon gaasje afdekken.

Nog even de verschijnselen bij een botbreuk:

• Heftige pijn

• Onvermogen om het lichaamsdeel te gebruiken

• Zwelling, met later blauwe verkleuring

• Abnormale stand of bewegelijkheid

• Bij een open botbreuk uitstekende delen

Het over de hand schaatsen kan lelijk uitpakken. Een stevige handschoen kan erger voorkomen maar die dragen tal van schaatsers niet. Diepe snijwonden dienen altijd door een deskundige gecontroleerd te worden op pees- en zenuwbeschadigingen. Bij kans op zwelling sieraden verwijderen.

Botbreuken armen en benen

Het breken van een arm vergt een ongelukkig val of flinke botsing. De meeste vallen en uitglijders gebeuren schuin en glijden verder over het ijs weg. Daardoor worden de krachten van de valpartij verdeeld. Wie echter op een gestrekte arm valt, tegen de kant of ander obstakel aanknalt of een andere schaatser op zich krijgt kan een arm breken. De onderarm is daarbij kwetsbaarder dan de bovenarm. Bij de val op een gestrekte arm kunnen ook het sleutelbeen en de schouder betrokken raken.

Beenbreuken zijn zeldzamer omdat de botten steviger zijn dan bij de arm. Ook hier geldt dat het onderbeen eerder breekt dan het bovenbeen. Bij grote krachten kunnen ook de heup en het bekken beschadigd raken. Dit type breuken vindt u vooral bij een grote smak, het met hoge snelheid van de baan vliegen of ergens tegen aanbotsen. Tevens bij massale valpartijen.

Een gesloten botbreuk van de onderarm kan met ondersteuning, mitella of vasthouden, naar de SEH worden afgevoerd. Bij breuken van de bovenarm, schouder en sleutelbeen (brede das) is dat een stuk lastiger. Vervoer in ieder geval met meerdere personen waarbij een begeleider het slachtoffer ondersteunt.

Bij botbreuken van het been is liggend transport geïndiceerd. Bovenbeenbreuken zijn dermate ernstig met kans op letsel aan grote vaten en zenuwen dat de komst van de ambulance noodzakelijk is. Ondersteuning met een dekenrol of gefixeerd vasthouden door hulpverleners kan in de tussentijd veel pijn bij het slachtoffer voorkomen.

Bij een harde val op de rug dient een wervelbreuk en/of dreigende dwarslaesie te worden uitgesloten. Heftige pijn in de rug en/of het niet kunnen bewegen van armen of benen vereist direct het waarschuwen van ambulance of arts.

Gewrichtsletsels

Verdraaide of verscheurde gewrichtskapsels komen door de aard van de bewegingen bij de schaatssport minder vaak voor dan je zou verwachten. Gewrichtsletsels worden in deze opgedeeld in overrekking en verscheuring. Daarvoor zijn stevige krachten of een reeds eerder opgelopen verzwakkend bandletsel nodig. Een stevige schaatsschoen beschermt tegen enkelletsels en een strakke gaat zwelling tegen. Wel is er het risico dat je bij een forse zwelling de schaats niet meer uitkrijgt.

Bij een pijnlijk zwellend gewricht wordt er direct met koelen begonnen. Natuurlijk niet direct ijs op de zwelling leggen maar hier een vochtige doek, coolpack of zakje met ijswater voor gebruiken. Is dit onvoldoende dan kan een druk verband worden toegepast. Het is altijd raadzaam om het gewrichtsletsel achteraf door een arts te laten bekijken. Er kan toch sprake zijn van een verscheuring (distorsie) van gewrichtskapsel en banden of een botbreuk.

Schaafwonden, snijden en kneuzingen

Net als bij tal van andere sporten kunnen schaatsongevallen verschillende oppervlakkige letsels veroorzaken. Een kneuzing door een val of botsing staat bovenaan. In de meeste gevallen kan gewoon met koeling en een dagje rust volstaan worden. Eventueel een drukverband aanleggen. Bij zwelling aan onderarm of hand sierraden verwijderen.

Schaafwonden huishoudelijk reinigen. In de meeste gevallen zijn deze wonden op de schaatsbaan niet echt vervuild maar voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast. Verder droog en schoon afdekken of helemaal niets doen bij echt oppervlakkige gevallen.

Snijwonden bij schaatsen even laten schoonbloeden en huishoudelijk reinigen. Normaal schoon verbinden met pleister of gaasjes. Bij vingers het speciale vingerverband. Bij diepere en rafelige letsels een arts laten kijken.

Hoofdletsels

Circa twintig procent van de schaatsverwondingen betreft hoofdletsels. Die variëren van een buil of een sneetje tot botbreuken, beschadiging van het gebit en hersenletsel. Snijwonden in het aangezicht zien er vaak dramatisch uit door het relatief stevig bloeden. Na schoonmaken valt het doorgaans reuze mee. Kleine wondjes kunnen met een pleister of zwaluwstaartje (sierstrip) afgehandeld worden. Groter dan anderhalf tot twee centimeter netjes laten plakken of hechten door deskundige hulp. Builen weer koelen.

IJs is een keihard medium en valpartijen gaan nogal eens met een flinke snelheid (en dus veel energie) gepaard. Dat kan zowel hersenschuddingen als –kneuzingen en/of interne bloedingen veroorzaken! Bewustzijnsverlies noopt tot het raadplegen van deskundige hulp.

Een coma is altijd ernstig tot levensbedreigend en bij kleine kinderen en ouderen (zeker die antistolling gebruiken) wordt een wekadvies meegegeven. Het zou niet de eerste keer zijn dat er later een subduraal hematoom (=bloeding binnen de schedel die de hersenen indrukt) optrad.

Onderkoeling

Schaatsen in tegenwind of met natte kleding aan kan ongemerkt onderkoeling (hypothermie) veroorzaken. Kinderen en ouderen zijn in deze extra kwetsbaar. In het kort de verschijnselen. Uiteraard ziet het slachtoffer bleek en voelt koud aan. Hoe lager de kerntemperatuur des te meer het bewustzijn en geestelijke oriëntatievermogens achteruit gaan. Eerst alleen een beetje traag, lijzig spreken, verward en daarna totaal de weg kwijt. Vervolgens kan het slachtoffer bij een nog verdere temperatuursdaling in coma raken.

Rillen treedt alleen in de eerste stadia van de onderkoeling op. Al naar gelang de conditie van het slachtoffer raakt deze op den duur uitgeput. De hartfrequentie en ademhaling lopen eerst op en worden daarna geleidelijk weer minder.

Bij de schaatssport hebben wij doorgaans alleen te maken met de eerste fase van de hypothermie. Bij een lichaamstemperatuur tussen de 35 en 34 graden Celsius is het slachtoffer nog redelijk aanspreekbaar. Hij / zij ziet bleek, rilt, heeft een snelle pols en ademhaling. Geleidelijk wordt het slachtoffer verwarder en meer versuft, doch kan ook juist agressief zijn. Alcoholgebruik kan dit beeld verstoren. In de praktijk kan de EHBO-er onder bewaking van de vitale functies het slachtoffer zichzelf in een warme omgeving laten herstellen. Zie verder bij het hoofdstukje ‘door het ijs zakken’.

De Eerste Hulp bestaat uit het verplaatsen van het slachtoffer naar een warme omgeving, voorzien van droge kleding en het bewaken van de vitale functies.

Flinke botsingen

Bij het schaatsen kunnen relatief hoge snelheden bereikt worden te vergelijken met een autobotsing tussen de veertig en vijftig kilometer per uur. Zulks kan bij een treffen met een hard object of medeschaatsers ernstig verlopen. Tot een enkel dodelijk ongeval aan toe. Een ander punt zijn massale botsingen en/of valpartijen waarbij schaatsers over elkaar heen vallen.

Pas in deze meteen de vijf regels van de EHBO toe. Let op gevaar, andere schaatsers die er ook nog eens op in rijden. Ga na wat er gebeurd is. Dat geeft alvast een idee elke letsels u kunt verwachten. Stel de slachtoffers gerust (tevens via aanspreken het bewustzijn controleren). Schakel deskundige hulp in met vermelding van aantal slachtoffers en vermoede letsels. Ga niet met beenbreuken, mogelijke rugletsels en bewusteloze slachtoffers slepen tenzij er direct gevaar dreigt.

Door het ijs zakken

Elk jaar zakken er weer een flink aantal schaatsers en andere onvoorzichtige lieden door het natuurijs. Er zijn meteen twee grote problemen:

1. Dreigende onderkoeling met pas later verdrinking.

2. Het gevaar dat redders ook door het ijs zakken.

Punt 2 vereist het direct inschakelen van brandweer, politie en ambulance. Als het met het redders mis gaat kunnen deze professionele hulpverleners hen nog tijdig redden. Algemene adviezen bij de zelf-red-pogingen zijn het op de buik naar het wak kruipen. Dit liefst voorzien van een touw aan het lichaam of een tweede persoon die de enkels vasthoudt. Een ladder kan ook doch het gevaar bestaat dat de gehele zaak voorover in het wak kiept. Met een reddingsboei aan een touw valt ook veel te bereiken.

Door de snelle afkoeling dreigt bij het slachtoffer al spoedig de tweede fase van de hypothermie. Bij een lichaamstemperatuur van tussen de 34 en 30 graden, ontstaat al een ernstige medische situatie. Er is al geen pijnsensatie meer, het centralezenuwstelsel valt uit. De circulatoire functies storten in. Zwakke pols, ritmestoornissen tot hartstilstand aan toe. Ook de ademhaling wordt onregelmatig. Het slachtoffer verliest het bewustzijn doch valt nog wel te wekken. Door uitputting stopt het rillen. In deze situatie altijd deskundige hulp inschakelen.

In de derde fase van de hypothermie, tussen de 30-27 graden, ontstaat al een levensbedreigende situatie. Het slachtoffer is diep bewusteloos en er zijn nauwelijks nog pupilreacties. Er treden ernstige hartritmestoornissen en ademdepressie op. In dit stadium is al hulp van hypothermie-experts nodig.

Als laatste en vierde stadium van de hypothermie, tussen de 27 en 24 graden, de ‘schijndood’. Het slachtoffer is klinisch dood. Dat wil zeggen er zijn geen vitale functies en normale hersenactiviteit meer waarneembaar. De biologische dood (hersendood en afsterven andere vitale organen) behoeft echter nog niet te zijn ingetreden. Deskundige reanimatie door experts in de behandeling van hypothermie kan nog best slagen. Iedereen kent wel de verhalen van iemand die, na een uur onder het ijs gezeten te hebben, nog tot leven gewekt werd.

Preventie

Het voorkomen van schaatsongevallen en blessures berust op een drietal peilers. Als eerste peiler goed materiaal. De schaatsen zelf in prima conditie en de juiste kleding. En de schaatsbaan zelf voldoet aan de daaraan gestelde eisen plus toezicht. Peiler twee is voldoende oefening en training. Niet meteen aan grote tochten of manifestaties deelnemen. Gewoon er eerst weer rustig inkomen. Peiler drie is het zich aan de regels houden:

1. schaats niet tegen de rijrichting in, 2. laat de binnenbaan vrij voor hardrijders, 3. houd rechts bij het uitrijden, 4. pas de snelheid aan bij drukte, 5. volg de aanwijzingen op van de ijsbaanmedewerkers, 6. ga niet op het ijs tijdens de baanverzorging, 7. ga alleen met schaatsen op het ijs, 8. hak geen gaten in het ijs, 9. laat geen rommel, kleding of schaatsbeschermers op het ijs liggen, 10. sta nooit stil op het ijs met je rug naar achteropkomende schaatsers gericht, 11. ga nooit alleen het natuurijs op.

Verder dienen de ijsbanen te zorgen voor een goede beveiliging rondom het ijs, zowel bij trainingen als wedstrijden. Vallen gebeurt niet alleen in de bochten, maar kan ook op de rechte stukken leiden tot ernstige letsels. Bankjes, palen en andere obstakels moeten zo veel mogelijk verwijderd worden of anders goed gepolsterd worden. En last but not least de aanwezigheid van voldoende EHBO-voorzieningen tot een AED aan toe.

Dit artikel wordt gepubliceerd in Reddingwezen nr 1 2009 (februari 2009)